“Duurzaamheid speelde in mijn jeugd geen rol. Pas toen ik twintig jaar geleden in Abcoude kwam wonen en afval ging scheiden, begon het bij me te dagen. De impact was zo duidelijk: minder afval thuis, minder volle zakken in mijn cateringbus. Waar ik eerst vier zakken restafval had, had ik er nu maar één. Dat was een wake-upcall. Sindsdien ben ik vastberaden om in mijn werk het verschil te maken.
Als filmcateraar – een baan die ik absoluut de leukste van de wereld vind – probeer ik continu duurzame keuzes te maken. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot, omdat wij als cateraars ons werk doen op het basecamp en daardoor niet op de set zelf aanwezig zijn. Het is daarom vaak moeilijk om tijdens een productie mijn mening te geven over het maken van duurzame keuzes. Ik vind dat ik dat eigenlijk wel moet gaan doen en de vraag naar duurzame opties help te creëren. Dat is echt een les voor mezelf, zeker nu ik langzaam steeds meer positieve veranderingen zie op de set.”
“WAAR IK EERST VIER ZAKKEN RESTAFVAL HAD, HAD IK ER NU MAAR ÉÉN. DAT WAS EEN WAKE-UPCALL.”
“Een van de eerste stappen die ik zelf nam, was stoppen met plastic waterflesjes op de set. Toen ik ontdekte hoe slecht die flesjes zijn – vervoerd in containers van de ene naar de andere kant van de wereld – wist ik: dat kan anders. Nu werk ik al acht jaar met Join the Pipe, een organisatie die gerecyclede waterflessen maakt. Voor elke fles die ik koop, gaat een deel naar waterprojecten in Afrika.
Iedere crewlid krijgt van mij zo’n fles met zijn of haar naam erop. Het is mijn cadeautje, maar ook een praktische oplossing: iedereen kan zijn fles steeds bijvullen bij watertappunten. Bij een recente productie zag ik zelfs dat mensen zelf bekers meenamen om koffie in te doen. Het maakt me blij om te zien dat andere mensen op de set er ook actief mee bezig zijn.”
“IK HEB GEZIEN HOEVEEL ER BEREIKT KAN WORDEN ALS EEN VAN DE KARTREKKERS VAN DE PRODUCTIE ZICH HARD MAAKT VOOR VERDUURZAMING.”
“Een ander mooi voorbeeld is een volledig vegetarische productie die heb gedaan voor regisseur Dana Nechushtan: ik deed 36 van de 80 draaidagen, van ontbijt tot wrap, helemaal zonder vlees of vis. Hierna nam iemand het van me over. Dana had deze vraag expliciet bij de productie neergelegd. Het was spannend: omdat ik nooit eerder een 100% vegetarische catering heb verzorgd, moest ik weer de kookboeken in en veel experimenteren. Toch bleek het haalbaar.
Een ontzettend belangrijk onderdeel hiervan is geweest hoe Dana voor dit plan is gaan staan en iedereen heeft meegekregen. Want wat me opviel, was hoe de hele crew achter het plan stond. Iedereen in de productie deed mee, zonder discussie. Dat is vaak anders: als cateraar heb ik vaak discussies gehad over de herkomst van ingrediënten – terwijl het budget vaak de beperkende factor is. Ik heb tijdens deze productie gezien hoeveel er bereikt kan worden als een van de kartrekkers van de productie zich hard maakt voor verduurzaming en dit niet de verantwoordelijkheid van individuele crewleden is.
“DE HARDWERKENDE LOCATIEMENSEN DIE AL DIE ZAKKEN MET AFVAL IN HUN VRACHTWAGENS MOETEN GOOIEN: ER MOETEN TOCH GEWOON BAKKEN KUNNEN KOMEN OM HET AFVAL TE KUNNEN SCHEIDEN?”
“Natuurlijk zijn er nog uitdagingen. Het grootste probleem blijft afval. Gelukkig wordt afval tegenwoordig niet meer in het bos gedumpt, zoals vroeger wel eens gebeurde, maar er is nog veel werk te doen. Op veel sets ontbreekt het aan voorzieningen voor afvalscheiding. Karton, eten, plastic – alles belandt vaak in één zak. Ik ben heel pinnig op afvalverwerking dus dat doet me pijn, vooral omdat ik weet hoe makkelijk het wél kan als er bakken voor scheiding zouden zijn. De hardwerkende locatiemensen die al die zakken met afval in hun vrachtwagens moeten gooien: er moeten toch gewoon bakken kunnen komen om het afval te kunnen scheiden?
Corona bracht ook nieuwe problemen. Ik had bijna al het plastic uit mijn catering uitgebannen, maar ineens was het weer overal. Biologisch afbreekbaar plastic is een optie, maar het is duur en producties willen daar vaak niet extra voor betalen. Daar zit de crux: duurzame keuzes zijn vaak duurder, en dat botst met de budgetten die beschikbaar zijn. Wel werk ik zelf met biologisch afbreekbare borden van rietsuiker. In het begin leidt dat nog weleens tot vragen van crewleden, want ze weten dat ik van het afval scheiden ben. Mijn antwoord is dat het afwassen van al die borden iedere keer weer veel water kost, wat natuurlijk ook niet bijdraagt aan een beter milieu. Daarbij maakt het iedere keer tillen van al die borden het werk ook zwaarder.
Geld blijft natuurlijk ook een uitdaging. Mijn brood komt nog steeds van de lokale bakker, mijn kaas uit Vinkeveen, maar de rest komt in bulkaankoop bij Bidfood vandaan. Ik zou het heel graag anders willen en alles lokaal regelen, maar het kan niet: waar moet ik de tijd vandaan halen? Ook zou ik het liefst alleen gerechten met biologisch geproduceerde ingrediënten aanbieden, maar dan gaat ook de prijs omhoog. Daar zit de knoop, want men wil daar niet voor betalen.”
“WE ZOUDEN ALS CATERAARS MEER SAMEN KUNNEN WERKEN.”
“Wat ik steeds meer besef, is dat verandering niet alleen bij mij als cateraar ligt. Producenten zouden bijvoorbeeld samen een duurzaam protocol kunnen opstellen en dit vervolgens gezamenlijk implementeren, bijvoorbeeld over afvalscheiding en het gebruik van herbruikbare bekers. Ik vind dat de bereidheid van individuen niet meer de bepalende factor mag zijn – duurzaam werken moet de standaard worden.
We zouden als cateraars meer kunnen samenwerken. We hebben wel al een appgroep met elkaar, waar we elkaar helpen met allerlei zaken, dat is echt heel fijn. Ook hebben we het met elkaar over de belastingheffing op wegwerpbekers: er is nog totaal geen bewustzijn bij andere mensen hoe duur dat is, wij betalen zelf deze extra kosten. Het is misschien een mooi idee om in de toekomst gezamenlijk disposables in te kopen om zo samen de kosten iets te drukken – dat zou een mooie samenwerking kunnen zijn. Wat zou helpen om grote stappen te zetten in de catering is dat er duurzame plannen komen vanuit de producenten en er meer geld bij komt om beter onze inkopen te kunnen doen.”
“IK DEEL OVERGEBLEVEN ETEN UIT IN MIJN BUURT, EN DAT GEEFT ME EEN POSITIEF GEVOEL, ONDANKS DAT HET EXTRA WERK IS.”
“Toch zie ik lichtpuntjes. Steeds vaker merk ik dat crewleden openstaan voor duurzame keuzes. Bij een recente klus had de helft van de mensen al een eigen waterfles. Kleine dingen, zoals mensen die eigen bekers meenemen, geven me hoop.
Mijn ideale werkomstandigheden? Vegetarisch eten op de set, goede afvalscheiding, en dat iedereen zijn eigen waterfles en beker meeneemt – inclusief de figuranten. Ik weet dat het mogelijk is, maar het vergt tijd, geld en de bereidheid om anders te denken.
Ondanks de uitdagingen blijf ik mijn best doen. Zo deel ik nog steeds overgebleven eten van producties uit in mijn buurt. Mensen zijn daar echt blij mee en dat geeft me natuurlijk een positief gevoel, ondanks dat het extra werk is. Ik blijf doorgaan en hoop dat er echt veranderingen doorgevoerd gaan worden. Zo wordt het voor iedereen op de set steeds gemakkelijker om duurzame filmproducties te realiseren.”